Zelf een verhaal delen? Mail uw verhaal naar info@parentibus.nl. Uw bijdrage wordt anoniem geplaatst. U kunt ook uw ervaringen en verhalen delen met ‘peers’ tijdens onze koffieochtend in Assen. Kijk in onze agenda wanneer de koffieochtenden zijn.

Onze zoon was 2,5 jaar oud en de begeleiding van het kinderdagverblijf had inmiddels in de gaten dat hij ‘anders’ was. Op testvragen gaf hij bijvoorbeeld geen antwoord. Men maakte zich hierover zorgen en betrokken ons, als ouders, bij het testproces. Al snel werd duidelijk waarom hij geen antwoord gaf. Onze zoon moest op een plaatje aangeven of de pen voor of achter de bal lag. Hij bleef stil. “Kijk”, zei de leiding, “hij weet het niet”. Wij vroegen hen onze zoon te vragen wat hem bezig hield en waarom hij geen antwoord gaf. “Nou, kijk”, legde hij uit. “Als ik zo kijk, ligt de pen achter de bal, maar als ik zó kijk, ligt hij er voor”. Onze zoon beweegt zeer ernstig zijn hoofd in verschillende standen, waarmee het perspectief waarmee hij naar de bal en pen kijkt, verandert. “Maar juf heeft niet aangegeven hoe ik moet kijken en daarom kan ik geen eind-antwoord geven”, zegt hij. Met grote vraagteken ogen kijkt hij naar de begeleiding.Ik zie hem hoopvol de dames observeren en zich afvragen of ze hem begrepen hebben. De dames kijken ons totaal verbijsterd aan. Ze nemen ons apart en vragen of hij vaker zo diep over de dingen nadenkt.

In het half jaar dat onze zoon op het kinderdagverblijf zit, twee dagdelen per week, zien we hem veranderen van een vrolijk, nieuwsgierig en enthousiast kind tot een teruggetrokken, zorgelijk en bedrukt jongetje. Al na een paar weken heeft hij ons geïnstrueerd dat als we hem komen halen niets mogen zeggen over zijn vioolspel of andere hobby’s. Als wij naar het waarom vragen van zijn instructies, geeft hij aan dat dat verstandiger is. Als hij op een dag de anatomieboeken van ons in de kast terugzet, vertelt hij dat hij niet meer naar vioolles wil en hij nooit meer Engelstalige sites zal bekijken, omdat hij vanaf nu een normaal jongetje wil worden, besluiten we hulp voor hem te zoeken.

We krijgen te horen dat hij een sterke ontwikkelingsvoorsprong heeft en het advies te kijken of hij vervroegd toegang tot het basisonderwijs kan krijgen. Dit lukt. Hij is 3 als hij het programma van groep 1 en 2 van het PO volgt. Maar ook hier gaat het, ondanks alle goede bedoelingen van de school, moeizaam.Een voorbeeld. Tijdens een kringgesprek vraagt de juf: “Wie van jullie kent een woord beginnend met de letter ‘N’? Met een glimlach om zijn mond zegt onze zoon: “Nee, juf!”. De juf zegt vervolgens dat het helemaal niet erg is dat hij een keer iets niet weet. Onze zoon is hevig teleurgesteld over het feit dat juf zijn grapje niet door heeft. Hij vindt het ook een beetje dom. Daarom geeft hij daarna als hij aan de beurt is om een woordje te noemen alleen nog maar voorbeelden van woordjes beginnend met de letter d…. De juf, niet bekend met de achtergrond van zijn foutieve antwoorden, is overtuigd van het feit dat deze oefening te moeilijk voor hem is.

Zijn juf ziet niet wat hij al weet en lijkt geen verbinding met hem te krijgen. Zijn klasgenootjes haken vertwijfelt af, als hij zijn vergaarde kennis over natuur, menselijk lichaam of astronomie met hen wil delen.

Zijn tante is zes maanden zwanger en er wordt een echo gemaakt. Onze zoon mag mee naar binnen. Hij is volledig ontroert van al het moois en nieuws dat hij hoort en ziet. Hij heeft het kindje gezien op het beeldscherm en het hartje mogen luisteren met een stethoscoop. Hij heeft een boek gelezen met daarin plaatjes over het vruchtwater, de placenta etc. Het is vlak voor Pasen en op school neemt zijn juf, twee dagen later, voorbeeld eieren mee waarmee ze de ontwikkeling van ei naar kuiken wil laten zien. Onze zoon ziet de doorsnee van een ei met kuiken en wordt zo blij. Hij ziet een analogie met de baby in de buik van zijn tante! Omdat iedereen nog even niets mag vragen begint hij zijn ontdekking met klasgenootjes te delen. Hij praat over de gelijkenissen tussen het kuikenei en een embryo, de gelijkenis van schaal, placenta, vruchtwater et cetera. Een voor een ziet hij zijn klasgenoten hun aandacht kwijtraken. Terneergeslagen komt hij thuis. “Waarom hebben niet alle kinderen interesse in de wetenschap, mama?”, vraagt hij. Hij moet even huilen, alvorens wel met zijn moeder zijn enthousiasme te kunnen delen over deze bijzondere ontdekking.

Opnieuw zien we in korte tijd zijn enthousiasme en leergierigheid verdwijnen en krijgen we te maken met een depressief wezentje. Hij wil niet meer naar school en alleen met zware dwang van onze kant, krijgen we dat nog voor elkaar. Onze zoon is inmiddels leerplichtig en moet naar school, maar alle levenslust is weg. Op de CITO-toets scoort hij zwaar onder de maat. Als hij na een vol jaar groep 2 heeft afgerond, denkt de school dat hij eigenlijk qua ontwikkeling al op het niveau van eind groep 3 zit. School geeft ons als ouders het bericht dat ze vermoeden niet lang nog iets voor hem te kunnen betekenen en raden ons aan ons te richten op een Leonardoschool. Ondanks de wachtlijst is er gelukkig vrij snel een plek op de Leonardo-afdeling van CJBS De Kloostertuin in Assen. Een hele stap voor ons als ouders, want de afstand tussen onze woonplaats en Assen is toch aanzienlijk (ongeveer 30 km). Maar na gesprekken met verschillende personen, hebben we toch besloten dit avontuur aan te gaan.

Langzaam aan zien we onze zoon weer opbloeien. Na een jaar, kunnen we met recht zeggen: “We hebben ons levenslustige mannetje weer terug!” En onze zoon? Nou, die staat om 07:30 uur klaar om in de auto te stappen. Hij gaat echt met veel plezier naar school. De score op de CITO-toets is 180 graden omgedraaid, hij heeft zijn vioolspel weer opgepakt en heeft grote interesse in filosofie en kunst. Eindelijk kan hij zijn enthousiasme over allerlei interessegebieden delen met kinderen die gelijksoortige interesses hebben. Mag hij zelf onderzoek doen en presentaties houden. Leert hij het belang van reguliere schoolvakken en raakt gemotiveerd deze zich eigen te maken. Ondertussen leert hij leren en omgaan met fouten maken, snapt hij wat hooggevoeligheid is en wat dat met een mens doet, leert daar steeds beter mee omgaan en begrip te hebben voor anderen die om die reden soms ook net even anders doen dan je zou verwachten. Wat willen we nog meer?

Onze oudste zoon zat op een lagere school in een klein dorpje. Ondanks dat iedereen de beste bedoelingen leek te hebben ging het met hem steeds slechter. We hebben  veel gesprekken gevoerd met juf en directeur die goedbedoelde maar volstrekt onvoldoende pogingen deden om hem en ons tegemoet te komen. Nadat we voor de zoveelste keer dingen te horen kregen als “Maar ik geef hem wel eens extra sommetjes hoor” en “hoogbegaafd, wij zien dat niet zo in de klas”, hebben wij besloten om te verhuizen.

We hebben verschillende scholen bezocht en we zijn ook op bezoek geweest  bij de Jenaplan-afdeling van CJBS De Kloostertuin. Van te voren waren wij zeker niet van plan om naar de Leonardo-afdeling te gaan, maar op aanraden van de directeur keken we toch even in een  Leonardo-klas.  Enigszins verbijsterd zagen wij dat daar klassen vol kinderen waren die net zo waren als die van ons. Of het nou de blik, de manier van doen, de manier van praten of de uitstraling was, we waren er allebei, tegelijk, van overtuigd: hier moet hij heen.

Na de verplichte test en een tijdje op de wachtlijst zit onze zoon nu  al weer jaren heel erg op zijn plek op de Leonardo-afdeling.  Er zijn veel dingen die goed bevallen, zoals de top-down aanpak, kleine klassen, verbreding, verdieping, bijzondere lessen, leraren die weten waar ze over praten, maar het allerbelangrijkste voor ons is dat hij zich thuis voelt. Kinderen waar hij gewoon zichzelf bij kan zijn.

Dagboek:
Groep 3, september, oude school:
Van de week hebben we een gesprek gehad met jouw juf en de IB-er. Gelijk toen je weer naar school ging, was je weer ‘anders’ dan in de vakantie. Niet helemáál happy. Je laat thuis dingen zien die je op school achterhoudt, met als gevolg dat je niet leert, maar weet. Van de week stond je ’s ochtends aan bed: ‘Mama, ik dacht dat ik 58 Cars-kaartjes had, maar ik heb er 61.’ ‘Oh ja, wat is het verschil?’ Dat snapte je niet, dus: ‘Hoeveel vingers zitten er tussen 58 en 61?’ ‘Twee’, kwam gelijk het antwoord. Verkeerde vraag dus: ‘Hoeveel moet je optellen om van 58 bij 61 te komen?’ ‘Drie’, is gelijk weer het antwoord. Als ik dan later met je praat, weet ik niet hoeveel ik je in de mond leg. Ik geef aan dat je veel meer kan dan wat je op school laat zien. ‘Dat klopt’, is het antwoord. En er achteraan: ‘Maar ik doe precies wat de juf zegt dat ik moet doen.’ Vraag: ‘Maar je kan toch veel moeilijker sommetjes?’ Antwoord: ‘Misschien moet juf mij dan gewoon moeilijkere sommetjes geven.’

Groep 3, januari, Leonardo-afdeling CJBS De Kloostertuin:
Woensdag was het zover. Het was gelukkig maar een halve dag. Je ging ’s ochtends vrij opgewekt de auto in. En je bofte, want je kreeg gelijk je eerste schaakles die ochtend! In het weekend heb je gelijk ruim een uur met je vader zitten schaken. De tweede week had je tegen je vader gezegd, dat je het wel goed vond op de nieuwe school, maar dat je het nog twee weken niet leuk ging vinden. Al heel vlot merkten we dat je veel opener bleef en veel meer aandurfde. Ook zwemles ging veel makkelijker en je hebt veel plezier in het zwemmen met ons. Andere mensen merkten het ook: je kletst veel meer. Je was ook veel vermoeider, gaat eerder naar bed. Je kwam thuis met je eerste filosofieles: Ik ben er, omdat….ik er ben. Dat klinkt diepzinnig, maar de uitleg is aardser: ‘Ik wist niks anders’. Later kwam je thuis met: ‘Het leven begint bij…de wortels.’ ‘Want dat is toch zo, mama?’ Andere kinderen hadden zaadje gezegd, of nog weer iets anders. Ook heb je Spaans op school, maar dat vind je wel erg moeilijk. Mijn interpretatie is dat dat echt nieuw voor je is en dat je daar wat voor moet doen. Een periode lang vond je dat je op school niet zoveel leerde. En ja, ‘schaken leerde je van papa en Engels van jou!’. Helaas hebben we ook nog een tweede ronde mogen doen. Na onze zoon liep ook onze dochter vast. Emotioneel bloeide zij net zo op als haar broer op de Leonardo-afdeling, maar toch heeft het, vanwege alle regels van hogerhand, lang geduurd voordat de oorzaak van de faalangst bovenkwam: dyslexie. Als ze maar slim genoeg zijn, dan zijn de cijfers er niet naar om een dyslexie-onderzoek te doen en dit heeft flinke hiaten in de kennisopbouw opgeleverd. Dit vroeg weer een hele andere aanpak van de docenten, maar ze hebben op school hun best gedaan om ook onze dochter verder in bloei te krijgen.

Wij zijn de trotse ouders van drie hoogbegaafde zoons. Wij dachten dat alles bij ons “normaal” was totdat onze middelste zoon begon met pianoles. Hij was toen 7 jaar oud en eigenlijk begonnen de lessen op 8-jarige leeftijd. Na een proefles wilde de piano lerares wel starten met het lesgeven van onze zoon. Na 3 lessen zei ze tegen ons: “Wat hij hier laat zien is niet normaal voor een 7-jarige. Hebben jullie hem al eens laten testen?”. Testen? Waarvoor dan? “Een intelligentietest om te bepalen of hij hoogbegaafd is”.

Eenmaal thuis van de pianoles en samen pratend besloten we toch maar eens te gaan praten op school. De juf op school vertelde ons dat onze zoon wel erg goed scoorde en dat als ze ons was ze het wel wilde weten. Ze adviseerde ons eveneens om onze oudste zoon (toen 8 jaar) ook te laten testen. Hij vroeg haar namelijk in de gang naar de betekenis van het Franse woord dressoir en of ze wel wist wie Karel de Grote was. We werden doorverwezen naar de interne begeleider van de school. Ze gaf ons twee namen door om onze kinderen te laten testen op hoogbegaafdheid. Dit kon echter niet via de school, onze jongens waren immers geen “probleemkinderen”. Er waren slechts twee plekken per jaar op school voor kinderen die getest moesten worden en die werden bewaard voor “probleemkinderen”.

Na een telefoontje met de orthopedagoog en een gesprek bij ons thuis, stelde de orthopedagoog voor om de jongens te gaan testen. Beiden bleken hoogbegaafd te zijn. De ene heeft een IQ die in harmonie is, de ander heeft een kloof van ruim 20 punten. We kregen eveneens informatie omtrent de IQ kloof overhandigd. Alle puzzelstukjes vielen in elkaar!

Onze oudste zoon liep op 5-jarige leeftijd met mijn man in de V&D, hier zag hij een Kinder Encyclopedie. Hij zei: “Papa, mag ik die hebben, dat lijkt me leuk”. De encyclopedie werd gekocht en het kereltje was de koning te rijk. Het boek is van haver tot gort gelezen en werd overal mee naartoe gesleept. Op school ging het goed, alleen CITO-technisch kon het beter. In groep 4 hadden we een gesprek met zijn juffen. “Jullie zoon sluit zich af voor de andere kinderen, hij vindt niet zo goed aansluiting. Waarom kleurt hij alles met zwart? Jullie zoon kon nog wel eens PDD-NOS hebben”. Zwart was zijn lievelingskleur, daarom kleurt hij alles zwart was ons antwoord. Afsluiten van andere kinderen kwam ons niet bekend voor, hij kon het altijd erg goed met iedereen vinden. Hij werd vanaf groep 4 wel erg gepest, wat hem veel verdriet heeft gedaan. Hij vroeg ons wel eens: “Mama als ik praat over geschiedenis, lachen ze me allemaal uit. Waarom doen de anderen kinderen dat?” Thuis raakte hij steeds meer gefrustreerd. Hij werd boos, heel erg boos. Zo erg dat we ons wel eens afgevraagd hebben wat we moesten doen. In groep 5 toen hij 8 jaar oud was werd hij getest. Tussen zijn verbale en performale IQ zat een kloof van 20 punten. Hierdoor kun je onze zoon zien als een supersnelle computer met een trage printer er aan vast. Wat ontzettend frustrerend voor het mannetje. Je hebt iets prachtigs bedacht in je hoofd, maar het komt niet zo uit je handen. Wat een eye opener dat ene A4-tje van de verbaal-performaal kloof.

In de kleuterklas verveelde onze middelste zich. De juf zei toen dat ze Sudoku spelletjes met hem had gedaan. Hij vond dat leuk en het ging goed. In groep 3 werd zijn klas gesplitst. Zeven kinderen uit groep 3 werden geplaatst bij 21 kleuters uit groep 2. Hij werd gillend gek, hij kon zich niet meer concentreren en zijn cijfers kelderden. Vele gesprekken op school volgden, wat resulteerde in op de gang werken of met een koptelefoon op in de klas aan de slag. Erg verdrietig om te zien. In groep 4 kwam hij na twee weken school thuis met allemaal tekeningen. Wij weer naar school, hij verveelde zich en dat na twee weken school. Met de juf afgesproken dat hij extra werkjes zou krijgen. Dit duurde maar even of hij kwam weer thuis met tekeningen. In november van dit schooljaar is hij getest. Nu bleek dat hij hoogbegaafd was moest er wel wat gebeuren. Samen met de orthopedagoog zijn we naar school gegaan om te praten over de behoeftes van onze zoon. Er zou een levelkist worden geregeld waar hij aan kon werken en zijn werk zou compacter worden aangeboden. Toen de levelkist na een aantal maanden op school aan kwam, mocht hij hier een half uur per week aan werken. Het werk wat hij hieruit maakte werd niet nagekeken en hij moest er op de gang aan werken in zijn eentje.

We zijn na overleg met de orthopedagoog en contacten met andere ouders toch eens gaan kijken op de Leonardo-afdeling van CJBS De Kloostertuin. Wat vielen we in een warm bad. Dit is thuis voor onze jongens. De beide mannen konden beiden het volgende schooljaar beginnen.

Onze jongste zoon was op dit moment 5 jaar. Hij zat in groep 2 en was nog niet getest. We besloten om logistieke redenen hem mee te verhuizen naar CJBS De Kloostertuin. In het afsluitende gesprek met de juf hebben we op de man af gevraagd of ze bij hem ook tekenen van hoogbegaafdheid zag. Haar antwoord was: “Nee, zeker niet. Hier op school bouwt hij alleen simpele pistooltjes”. Hij is gestart in groep 3 van CJBS De Kloostertuin. Voor hem een hele omslag. Hij moest beginnen op een nieuwe school waar hij niemand kende. Hij vond het moeilijk, klaagde veel over buikpijn en had hoofdpijn. Verder ging hij om de haverklap naar het toilet om te plassen. In november hadden we een gesprek met de juf. Ook hier gevraagd of er tekenen waren van hoogbegaafdheid. De juf beaamde dit. We hebben met elkaar afgesproken dit aan te kijken tot na de eerste CITO-ronde en dan verder te kijken. Na deze ronde besloten om ook onze jongste zoon van 6 jaar te laten testen. Hij scoorde ondermaats op de CITO’s, had een zeer hoge woordenschat en gebruikte woorden die andere klasgenoten niet gebruikten. De orthopedagoog die de oudste twee had getest was met pensioen, via de Leonardo-afdeling hebben we toen een andere naam doorgekregen. De jongste werd getest. Hij bleek een onderpresteerder te zijn, zelfs op de test. Toch gezien alle andere aspecten kwam hoogbegaafdheid naar voren. Door het vele werk van een ieder op de Leonardo-afdeling hadden wij het ontzettende geluk dat groep 3/4 werd gesplitst. Hij kon na de zomervakantie al starten in groep 4. Wat waren wij en wat was hij blij.

Het gaat nu met alle drie de jongens goed. Ze gaan met veel plezier naar school en thuis heerst veel meer rust. Onze oudste zoon kleurt niet meer alleen met zwarte potloden, er wordt met kleur gewerkt! Wat zijn wij de Leonardo-afdeling ontzettend dankbaar voor het fantastische werk wat zij dagelijks doen. We hopen dat nog veel kinderen na onze kinderen gebruik kunnen blijven maken van deze school, want zij zijn goud waard.

Mijn zoon zit sinds een paar maanden hier op de leo school en hij heeft het hier echt naar zijn zin. Na een paar jaar op een gewone basisschool te hebben gezeten en niet begrepen gevoeld, is hij nu eindelijk op zijn plek. Hij gaat met plezier naar school wat ik in jaren niet gezien heb. Hier heeft hij kinderen om zich heen die hem begrijpen. Juffen die hem begrijpen en de tijd nemen. Hij leert allemaal nieuwe dingen waar hij heel enthousiast over is. Hij komt blij uit school en vertelt veel over wat hij allemaal gedaan heeft. Geweldig om te zien wat deze school met je kind kan doen.
Veel kinderen binnen het Leo onderwijs doen ook aan teamsporten in hun thuis omgeving. Zo mogen kinderen andere kinderen uitnodigen op hun sportvereniging. Klasgenoten vormen samen een team en doen een dagdeel mee in de ander zijn of haar sport. Het is prachtig om als ouder langs de lijn te staan en dan daarna de verhalen te horen. Want ze hebben veelal een mega rechtvaardigheidsgevoel. Hoe bestaat het dat de tegenpartij zich niet aan de spelregels houdt? (niet dat iemand bewust de regels overtreedt volgens mij maar goed) Alle kinderen hebben een groot vraagteken boven hun hoofd. Waarom doen ze dat. Misschien kan de een er iets genuanceerder mee omgaan, maar over het algemeen blijft het een heet hangijzer. Maar nu is het niet alleen bij mijn kind zo. Normaal zei mijn kind ook niets, tot ze in de auto zaten en met mij alleen zat bijvoorbeeld. Alle regels worden nog even zeer nauwkeurig opgesomd en besproken tot in de details. En er is onbegrip. Hoezo weet de tegenpartij dat niet, zij leren die regels toch ook…. ;-). Wat fijn dat mijn kind nu even niet meer de enige is en dat gewoon even lekker op de achterbank van de auto kan delen met zijn klasgenootjes. Erkenning van dit gevoel en even niet aanpassen en dus maar je mond dichthouden, want hier zijn de feiten gewoon even lekker de feiten en die mogen er ook even zijn en hardop worden geuit. Het wordt niet afgedaan met: “Ah, joh, volgende keer beter” of “ hoezo, jij vergeet toch ook wel eens een regel” of “doe niet zo serieus, het is maar een spelletje”.
De kinderen uit de groep van mijn zoon, wonen niet allemaal in Assen. Sommige mensen reizen wel 3 kwartier om op school te komen. Dat maakt spelen met vriendjes en vriendinnetjes wel iets minder vanzelfsprekend voor mijn zoon. Maar omdat alle ouders dit weten, heb ik altijd het gevoel dat de meeste ouders, daar waar het kan, wel even hun best willen doen om de kinderen lekker samen te laten spelen. Dan brengt de een of haalt de ander, of rijden we allebei halverwege. Zo krijgen ze toch de kans om zo af en toe samen te spelen, bij elkaar te eten en/of te logeren. Net als in het regulier onderwijs. Het kost alleen soms een beetje extra moeite. Ik bedank alle ouders die zo hun best doen voor hun kinderen en het daarmee ook mogelijk maken voor mijn kind.
Ik sta in de gang, mijn kind moet heel erg huilen en het kruipt het liefst in mij op dat moment. Voorheen werd ik als ouder op de andere school altijd zo aangekeken. Ik kreeg allerlei opmerkingen: ik had mijn kind niet onder controle, ik maakte het thuis te gezellig, ik moest strenger zijn, ik moest van de leerkracht opschieten, want de les moest beginnen of ik de volgende dag alsjeblieft eens op tijd wilde zijn. En ik moest vooral niet alles uitleggen aan het kind, dat was niet op het niveau van het kind enz enz. Hier klopt een andere ouder mij even bemoedigend op de schouder en verder loopt iedereen gewoon door. Hier heb ik meer het gevoel dat andere ouders weten waar dit over gaat en dat iedereen wel weet dat ik en mijn kind altijd ons best doen om zo goed mogelijk mee te doen in het programma. Maar sommige dingen brengen ons enorm van slag en als we daar geen aandacht aan schenken kunnen we er aan het einde van de week nog steeds last van hebben. Nou dan heeft iedereen liever dat het nu 10 minuten langer tijd neemt dan de hele week. Omdat we veel meer vergelijkbare ervaringen hebben, kunnen we de anderen om ons heen meer ruimte geven en lost het probleem zich sneller en gemakkelijker op.
Ik en mijn broer zijn allebei HB kinderen. Mijn broer zat op een reguliere basisschool en ik had het geluk dat ik naar de leo mocht. Hier hebben we aandacht voor het vak leren leren en nu kan ik mijn broer helpen. Hij is inmiddels halverwege de derde van het gymnasium. Mijn zus is ook HB, maar iets anders dan wij en ze denkt dat ze niets kan, omdat wij het altijd beter weten. Dat vind ik wel lastig voor haar, maar ik kan haar ook helpen, want ik leer op school hoe je met je gevoelens om kunt gaan en wat je er aan kunt doen. Dus als zij zich spannend voelt omdat ze denkt dat ze het niet kan, leer ik haar hoe ze daar mee om kan gaan. Wist je dat je geluiden van dichtbij kunt onderscheiden van geluiden die ver weg zijn en dat dat wat doet met je concentratie? Ik kan dan uitleggen aan haar hoe ze beter op kan letten met zichzelf en dan lukt het haar wel. Ik leer dat in groep 6. Mijn zus zit ook op de middelbare, gek toch dat mijn broer en zus dat niet hebben geleerd op hun school.
Omdat iedereen wel even moet bewegen zo af en toe, ben ik heel blij, dan mag ik dat ook en hoef ik me niet zo in te houden. Zo kan ik beter mijzelf zijn. Soms moeten mijn voeten steeds wiebelen.
Mijn dochter gaat niet slapen. Ze heeft zorgen. Ze vertelt nog niet waarom. Het slapen lukt niet, 1 nacht, 2 nachten, 3 nachten. Als ouders voelen we gewoon dat er iets is. Ze geeft aan dat ze niet naar school wil, maar ze vertelt nog niet waarom. Ik vertel haar dat zij 1 dag niet naar school hoeft. Het is een hele opluchting, ze slaapt een gat in de dag. Ik laat het de docent weten en vraag of ze misschien weet wat het zou kunnen zijn, maar ze heeft geen idee. Ik beloof haar dat ik ga proberen om er achter te komen. De leerkracht bedankt me, dat ik het laat weten en wenst mij een fijne dag samen. We maken een wandeling en tijdens de wandeling komt het hoge woord eruit. Het heeft te maken met andere kinderen. Wij nemen dat heel erg serieus. Ook de leerkracht doet dat, we maken een afspraak met de leerkracht en zij bereidt dat ook heel goed voor. Dat kan zij ook doen doordat ik als ouder haar heel goed informeer. Zij laat het hele initiatief bij het kind, maar heeft wel een begeleidende methode achter de hand. De zorgen zijn van volwassen aard, maar het kind kan nog niet bij de oplossingen. De leerkracht weet heel goed dat dit zich voor kan doen. Ze erkent eerst het gevoel en dan bespreken ze allerlei facetten, en daar waar uitleg nodig is, komt er uitleg. Wie zorgt er voor wat en welke verantwoordelijkheid ligt bij wie, wat kan het kind doen en wat doen de volwassenen. Wat wordt er van haar verwacht en waar hoeft zij zich geen zorgen over te maken, omdat anderen dat moeten doen? Samen maken ze al pratende een prachtige tekening. De leerkracht neemt het heel serieus en wint het vertrouwen van het kind. Op school merken ze niks aan de problemen van dit kind, het is belangrijk dat het zich zo vertrouwd voelt dat het de leerkracht de volgende keer durft te benaderen om het te bespreken. Het heeft goed gewerkt, het kind en de leerkracht pakken het samen verder op. En niemand is boos dat het kind 1 dag thuis was, we bedanken elkaar dat we het samen zo goed hebben kunnen oplossen. Kind weer blij naar school en door deze ervaring hele belangrijke nieuwe dingen geleerd! Geen taal en geen rekenen, maar iets heel anders en minstens zo belangrijk!

Voor het eerst de school binnen, zie ik dat er allemaal stenen op de grond liggen. Stenen? Ik hoor u bijna denken. Maar, jaha, stenen. Ze liggen bij de ingang van het lokaal op de grond. Onze dochter loopt altijd met stenen, elke broekzak, elke jaszak. Overal worden ze gevonden en ze lijken altijd weer van onschatbare waarde.

Het verbaast me dat hier zoveel stenen liggen en ik zeg dat het me opvalt dat dat zo is. Maar hier vinden ze dat heel normaal, een groot deel van de kinderen doet dat hier, dat zijn onze “Miners”. Maar ze laten de stenen bij de deur als ze buiten gespeeld hebben, dat is de afspraak. Als er lessen worden gegeven over dood, levenloos en levend krijgen we de meest mooie gesprekken met deze kinderen. Zijn stenen nu dood, levend of levenloos. De juf zegt dat ze levenloos zijn, maar daar denken sommigen van ons heel erg anders over. Wat super tof dat we vrienden hebben die ook zo gek zijn op stenen en de gedachten erover met ons willen delen.

Zelf een verhaal delen? Mail uw verhaal naar info@parentibus.nl. Uw bijdrage wordt anoniem geplaatst. U kunt ook uw ervaringen en verhalen delen met ‘peers’ tijdens onze koffieochtend in Assen. Kijk in onze agenda wanneer de koffieochtenden zijn.